De benchmark geeft hier antwoord op. Maar ook op de vragen hoe u de uitvoering van de Wabo het beste kunt organiseren, welke inzet van mensen en middelden daarvoor reëel is en hoe je je capaciteit het beste kan inzetten in de verschillende fasen van voorlichting, vergunningverlening, toezicht en handhaving om de risico’s voor de fysieke leefomgeving optimaal te beheersen. En zeker geen onbelangrijke vraag, tegen welke kosten?
Bent u geïnteresseerd in de antwoorden op deze en andere vragen schrijf u dan in voor deelname aan de tweede ronde van de benchmark. Deze zal de tweede helft (september-oktober) van dit jaar start. Meerdere gemeenten hebben in de afgelopen maanden reeds meegedaan aan de eerste benchmark in 2012. Bent u geïnteresseerd in welke gemeenten dit zijn en/ of in hun ervaringen? Neem gerust contact met ons op, wij vertellen u hier graag meer over.
De benchmark Wabo
De benchmark Wabo gaat er vanuit dat het beheersbaar houden van de risico’s van activiteiten van particuliere initiatiefnemers voor de fysieke leefomgeving het centrale doel is van de uitvoering van de Wabo door gemeenten en andere overheden. Daarbij wordt vooral gestuurd op de mate waarin initiatiefnemers zich aan de regels weten te houden. Het beheersbaar houden van deze risico’s kan worden gedaan in verschillende fasen van de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingsketen (VTH-keten)
1: de voorlichtingsfase: door initiatiefnemers goed te informeren over de regels waaraan zij zich moeten houden kan voorkomen worden dat zij abusievelijk regels overtreden. Gemeenten vullen dit onder andere in door het bieden van de gelegenheid tot vooroverleg of het indienen van principeaanvragen;
2: de vergunningverleningsfase: door vooraf te toetsen of voornemens van aanvragers niet in strijd zijn met de regels wordt voorkomen dat men achteraf handhavend moet optreden;
3 : de toezichtfase: in deze fase wordt buiten gekeken of initiatiefnemers zich aan alle regels houden die gelden voor het ontwikkelen van initiatieven in de leefomgeving. Dit ongeacht de vraag of voor die initiatieven vooraf een vergunning is afgegeven of niet. Ook vergunning vrije initiatieven moeten immers aan de regels voldoen;
4: de handhavingsfase: in deze fase treedt de overheid corrigerend op nadat in de toezichtfase een overtreding is geconstateerd. De handhavingsfase heeft een formeel juridisch karakter omdat in deze fase wordt teruggegrepen op aan de bevoegde gezagen toegekende wettelijke bevoegdheden om overtreders te dwingen overtredingen ongedaan te maken en de legale situatie te herstellen.
In de benchmark zijn op al deze fasen prestatie-indicatoren benoemd. Speciale aandacht is uitgegaan naar prestatie-indicatoren die iets zeggen over de onderlinge samenhang tussen de fasen, zodat ook inzicht verschaft kan worden over de vraag in welke fase de inzet van mensen en middelen het meest effectief kan zijn.Daarnaast is voor iedere fase geprobeerd prestatie-indicatoren te benoemen die relevant zijn vanuit drie invalshoeken:-
1: de invalshoek van het bestuur:Hierin staat de effectiviteitsvraag centraal. In hoeverre is de gemeente in staat om risico’s te beheersen en/of het normconform gedrag van de initiatiefnemers te bevorderen;
2: de invalshoek van de klant: Hierbij is vooral gekeken naar de mate waarin de gemeente in staat is om de overlast die al de VTH-activiteiten in de verschillende fasen van de VTH-keten opleveren voor de initiatiefnemers tot een minimum te beperken;
3:de invalshoek van de organisatie: Hierbij draait het om de vraag in hoeverre de gemeente haar taken efficiënt weet uit te voeren met zo min mogelijk inzet van formatie en/of collectieve middelen.
Meer informatie?
Wilt u met een van onze adviseurs vrijblijvend spreken over de mogelijkheden voor uw gemeente, samenwerkingsverband of regionale uitvoeringsdienst, neemt u gerust contact op met Abdelilah Azouz of Marcel Hoogwout. Een vrijblijvende presentatie op locatie behoort tot de mogelijkheden.